Vandaag is het: zondag 24.09.2017

St. Maria Faustina Kowalska

Auteur: Robert Kasza

Apostel van de Goddelijke Barmhartigheid, Eerste Heilige van het Derde Millennium

Eens zei Jezus tot St. Faustina: “Laat geen enkele zondaar bang zijn om tot Mij te naderen”. In Faustina’s Dagboek wordt ieder van ons door Jezus uitgenodigd zich over te geven aan Zijn oneindige barmhartigheid en te vertrouwen op Zijn mededogen en vergevingsgezindheid. Aan hen die Zijn grote barmhartigheid verkondigen, belooft Hij overvloedige genade.

Ik Zelf zal hen beschermen in het uur van hun dood, tot Mijn eigen heerlijkheid. En al zijn de zonden van zijn ziel zo zwart als de nacht, als een zondaar zich tot Mijn barmhartigheid wendt, brengt hij Mij de grootst mogelijke lof en wordt aldus de heerlijkheid van Mijn Lijden. Wanneer een ziel Mijn goedheid looft, siddert Satan van angst en vlucht weg naar de diepste diepten van de hel” (Dagboek, §378).

Voortdurend klopt Christus aan, aan de deur van ons hart. Hij wil ons eraan herinneren dat, als wij onze toevlucht nemen tot Zijn Goddelijke Barmhartigheid, Hij onze ziel zal verlossen van het kwaad, ons vermogen zal helen om lief te hebben en onze motieven zal zuiveren. Het meest tragische in ons leven is de zonde, aangezien deze leidt tot de verschrikkelijke werkelijkheid van dood en eeuwige verwerping. Vertrouwen op Jezus, tot Hem bidden en je in vertrouwen aan Hem overgeven, dat is de enige weg naar verlossing. Jezus verzekert ons dat Zijn verwondde hart ons in het uur van de dood niet in de steek zal laten. Het is nooit te laat om het kwade te verwerpen en je op de weg van de verlossing te begeven.

Het was Faustina, een eenvoudige, ongeschoolde Zuster die Hem grenzeloos vertrouwde, die door Christus werd uitgekozen voor een opdracht van cruciaal belang: de wereld Zijn Barmhartige Liefde verkondigen: “Vandaag – zo zei Jezus haar – zend ik je met Mijn barmhartigheid tot alle mensen van de hele wereld. Ik verlang niet om de mensheid die Mij pijn doet te straffen, maar om de mensen te helen, hen dicht tegen Mijn barmhartige Hart te drukken (§1588). Jij bent de dienares van Mijn barmhartigheid. Jou heb Ik uitgekozen om in dit en het volgende leven deze dienst te verrichten (§1605) … om aan de zielen de grote barmhartigheid bekend te maken die Ik voor hen in petto heb, en hen aan te sporen vertrouwen te hebben in de bodemloze diepte van Mijn barmhartigheid” (§1567).

De heilige Maria Faustina Kowalska kwam in 1905 als derde van tien kinderen ter wereld in een vroom boerengezin in het Poolse dorpje Glogowiec. Haar doopnaam was Helena. Toen zij zeven jaar oud was, ervoer ze voor het eerst in haar innerlijk een roeping tot het religieuze leven. Dertien jaar later klopte ze tevergeefs aan bij het ene na het andere klooster, tot ze uiteindelijk op 1 augustus 1925 werd toegelaten tot het klooster van de Congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid in Warschau. Als kloosternaam koos ze Zuster Maria Faustina. Na vijf jaar noviciaat in Krakau, deed ze haar eeuwige geloften van gehoorzaamheid, kuisheid, armoede en onzelfzuchtige liefde. Zuster Faustina was bescheiden en opgewekt en werkte als keukenhulp, tuinierster en portierster in kloosters in Krakau, Pock en Vilnius. Het was in die periode, dat Jezus haar de opdracht gaf om een dagboek bij te houden. In dit uitzonderlijke document maken wij kennis met de diepte en de rijkdom van haar mystieke leven en haar verbondenheid met God. Overvloedige genade viel haar ten deel en vele geestelijke gaven: contemplatief gebed, openbaringen, visioenen, de gave van profetie, een mystieke bruiloft, onzichtbare stigmata, het vermogen om menselijke zielen te ‘lezen’, en een diepgaande kennis van het mysterie van Gods barmhartigheid.

Tijdens haar leven was Faustina zo goed als onbekend; zelfs vele Zusters van haar congregatie kenden haar niet. Alleen enkele superieuren, haar biechtvader en haar geestelijk leidsman, hadden weet van haar visioenen en openbaringen. Op 5 oktober 1938 stierf ze, op mystieke wijze verenigd met Christus, op 33-jarige leeftijd aan tuberculose na dertien jaar kloosterleven.

Faustina’s opdracht om de boodschap van de goddelijke barmhartigheid te verkondigen, nam een aanvang op 22 februari 1931. Christus verscheen haar toen in een visioen en droeg haar op om van Hem een afbeelding te schilderen met rode en bleke lichtstralen die voortkwamen uit Zijn hart. De afbeelding moest als onderschrift krijgen: Jezus, ik vertrouw op U!

Lees meer in “Bemint elkander!” 1/2015

teruggaan

Copyright © Wydawnictwo Agape Sp. z o.o. ul. Panny Marii 4, 60-962 Poznań, tel./ fax: 61/ 852 32 82 | tel. 61/ 647 26 86