Vandaag is het: zondag 18.11.2018

Beschamende fout in de datering van de Lijkwade van Turijn met de C14-methode

2014-02-07

Ter gelegenheid van de tentoonstelling van de Lijkwade van Turijn van 10 april tot 23 mei 2010, moet worden benadrukt dat we hedendaags met wetenschappelijke zekerheid kunnen aantonen dat de C14-dateringsstudie van 1988 werd uitgevoerd op een staal van de Lijkwade dat slechts 40% van het oorspronkelijke, oude linnen bevatte.  De resterende 60% van het onderzochte materiaal bestond uit katoenen vezels die tijdens de  Middeleeuwen in de lijkwade werd geweven om deze te herstellen.

Deze schandelijke nalatigheid van de specialisten die de C14-datering doorvoerde, was de belangrijkste reden die leidde tot de foutieve resultaten van het ouderdomsonderzoek in 1988. Dit feit moet aan de publieke opinie bekend gemaakt worden, te meer omdat de massamedia naar de resultaten uit 1988 blijven verwijzen als een wetenschappelijke zekerheid. Dit is een duidelijke manipulatie van de feiten en het brengt de mensen op een dwaalspoor.
 

Datering van de Lijkwade aan de hand van de C14-methode in 1988

De bepaling van de leeftijd met behulp van de radioactieve koolstof C14-methode is nauwkeurig, op voorwaarde dat het te onderzoeken materiaal goed wordt bepaald en voorbereid. Men kan zeer nauwkeurig de hoeveelheid van het izotoop C14 in levende en gestorven organizmen en planten bepalen. In het geval van de Lijkwade van Turijn zijn dit linnen vezels, van dewelke de stof werd gewoven. Zolang de plant, het dier of de mens leeft, blijft de hoeveelheid van het radioactief izotoop C14 constant want het wordt door het voedsel op natuurlijke wijze aangevuld. Dit proces houdt op na de dood. In afgestorven materie neemt de hoeveelheid van het aanwezig izotoop C14 langzaam af. Hoe ouder het voorwerp, hoe kleiner de hoeveelheid. Op basis van de hoeveelheid van het izotoop C14 op het moment van de dood en de graad van de afbraak ervan, zijn wetenschappers in staat om de ouderdom van het onderzochte voorwerp te bepalen. De huidige technologie laat toe om de ouderdom van voorwerpen die jonger dan 50.000 jaar zijn te bepalen. Voor materialen die een paar duizend jaar oud zijn is de C14-methode de meest geschikte.

In 1988 werd er een studie uitgevoerd met als doel de leeftijd van de Lijkwade via de C14-methode te bepalen. Daarvoor werd er een fragment van het doek weggesneden, van de plaats waar ook het stukje stof door prof. Raes werd genomen - onderaan de rechtse zijde van de voorkant van de afbeelding. (In 1973 kreeg Professor Gilbert Raes van het Gentse Textielinstituut de toelating om van deze plaats een staal te nemen voor wetenschappelijk onderzoek). Dit was een van de hoeken van de Lijkwade, die door de bisschoppen werd vastgehouden wanneer de Lijkwade aan de gelovigen werd getoond. Deze plaats was dus erg uitgerokken.

De helft van de stof die in 1988 van de Lijkwade werd afgesneden, werd in drie verdeeld – voor de laboratoria in Tucson (USA), Oxford (Engeland) en Zurich (Zwitserland). De tweede helft werd voor verder onderzoek bewaard.
De datering door middel van de C14-methode werd in deze laboratoria in het geheim doorgevoerd; bij het onderzoek werden geen wetenschappers van andere disciplines betrokken. Er werden vooraf ook geen chemische onderzoeken uitgevoerd om de kwatliteit van het te onderzoeken weefsel te bepalen. Dit bleek later een grote nalatigheid te zijn geweest.
De resultaten van het onderzoek werden op 13 oktober 1988 bekend gemaakt. We kwamen te weten dat de Lijkwade, met een zekerheid van 95%, afkomstig is uit de Middeleeuwen, uit de jaren 1260 - 1390. Op basis van dit onderzoek, uitgevoerd op een stukje weefsel afkomstig van slechts 1 plaats van de Lijkwade, werd er beweerd dat de Lijkwade van Turijn een Middeleeuwse vervalsing was. De specialisten van de C14 dateringsmethode negeerde alle resultaten van de vorige onderzoeken die werden uitgevoerd door wetenschappers van andere specialiteiten. Die wezen eenduidig op het feit dat de Lijkwade afstemde uit de tijd van Jezus Christus. E.P. Hall uit Oxford, die een belangrijke rol speelde bij de datering van de Lijkwade aan de hand van de C14-methode, zei na de bekendmaking van de resultaten nog in een televisieinterview: “We hebben bewezen, dat de Lijkwade een vervalsing is. Iedereen die het hier niet mee eens is, moet zich maar aansluiten bij de Vennootschap van de platte aarde”.

De massamedia over heel de wereld hebben dan de informatie over het feit dat wetenschappers hadden aangetoond dat de Lijkwade uit de Middeleeuwen stamde en aldus een vervalsing is, op sensationele wijze verspreid. Tot op de dag van vandaag wordt bij elke mogelijke gelegenheid deze leugenachtige informatie herhaald.

Uit latere nauwkeurige wetenschappelijke onderzoeken van de tweede helft van het afgesneden stukje stof blijkt, dat het fragment van de Lijkwade gebruikt voor de datering door middel van de C14-methode, een andere chemische structuur heeft dan de rest van de Lijkwade. Dit is een feit dat wetenschappelijk werd bevestigd en aldus het stukje stof waarop de C14 datering werd uitgevoerd alsook de resultaten van het onderzoek uit 1988 zelf diskwalificeerd.

De aanwezigheid van linnen en katoenen vezels in het weefsel van deLijkwade op de plaats waar het stukje stof werd verwijderd om het te dateren met de C14-methode, toont aan dat de Lijkwade op deze plaats werd hersteld.  Deze herstelling werd uitgevoerd door gespecialiseerde vaklui, specialisten op het gebied van onzichtbare herstellingen. De ontdekking van dit feit bracht de specialisten van de C14-methode in grote verlegenheid.

In het jaar 2000 hebben M. Sue Benford en Joseph G. Marino, samen met enkele andere experten op het gebied van textiel, foto’s van de afgesneden stukjes stof van de Lijkwade die werden gebruikt om te dateren met de C14-methode, geanaliseerd. De experten waren het er allemaal over eens dat in de stukjes stof enkel 40% van het oorspronkelijke weefsel aanwezig was. De overige 60% bestond uit nieuw materiaal.
Ronald Hatfield, een wetenschapper van Beta Analytic, het grootste laboratorium ter wereld dat zich bezig houdt met het dateren door middel van de C14-methode, baserend op het feit dat het onderzochte weefsel enkel 40% originele linnen vezels en 60% katoenen vezels uit de Middeleeuwen bevat, beweerde dat dit feit de aanwezige hoeveelheid radioactief koolstof C14 izotoop verhoogde. Dit had op zijn beurt weer een invloed op de foute resultaten van de onderzoeken uit 1988.

Vandaag de dag weten we met wetenschappelijke zekerheid, dat de C14 onderzoeken uit 1988 zijn uitgevoerd op een staal van de Lijkwade waarin er enkel 40% van het originele linnen weefsel aanwezig was. De resterende 60% van het materiaal zijn katoenen vezels uit de Middeleeuwen. Deze grote nalatigheid van de specialisten die het C14-dateringsonderzoek hebben uitgevoerd, is de belangrijkste oorzaak van het foute resultaat, dat de Lijkwade dateerde op de periode 1260 – 1390. Dit feit moet bekend gemaakt worden aan de publieke opinie, temeer daar de massamedia onverbroken verwijzen naar het resulaat van het onderzoek in 1988 als een wetenschappelijke zekerheid, wat een duidelijke manipulatie is en wat mensen op een dwaalspoor brengt.

De beroemde wetenschapper R. N. Rogers beschuldigt ook het kerkelijk gezag van Turijn, dat ze de specialisten van de C14-methode die de wetenschappelijke standaarden niet zijn nagekomen, niet gecontroleerd hebben. In een interview voor het maandblad “Inside the Vatican” zei Rogers: “Het verwijderen van de stukjes stof uit de Lijkwade zou moeten voorbereid zijn in overeenkomst en in nauwe samenwerking met vele wetenschappers uit verschillende vakgebieden. Als men een geloofwaardig resutlaat wil verkrijgen met de C14-onderzoeksmethode  moet men meerde stalen nemen.”
 

Een baanbrekende ontdekking van R.N. Rogers

Op 20.01.2005 verscheen in het specialistisch wetenschappelijk tijdschrift voor scheikundige “Thermochimica Acta (vol. 425, pp. 189-194) een artikel geschreven door prof. Raymond N. Rogers van het Los Alamos national Laboratory aan de Universiteit van Californië, onder de titel “Studies on the radiocarbon sample from the Shroud of Turin”. Alle gedocumenteerde en gecontroleerde wetenschappelijke ontdekkingen worden in dit gerenomeerd maandblad gepubliceerd. Prof. Rogers presenteerde in zijn artikel bewijzen dat het weefsel van de stalen die genomen zijn van de Lijkwade in 1988 om de leeftijd via de C14-methode te bepalen niet representatief zijn voor het gehele materiaal omdat het er fundamenteel van afwijkt.
De datering van de stof als afkomstig uit de periode 1260 – 1390 betreft alleen het materiaal dat werd afgesneden en niet het hele weefsel, dat in werkelijkheid beduidend ouder is. Vanuit wetenschappelijk standpunt werd het onderzoek met de C14-methode in 1988 een volledige mislukking. De bewering dat dit C14-dateringsonderzoek bewijst dat de Lijkwade afkomstig is uit de Middeleeuwen is dus onjuist.  Prof. Rogers was een uitmuntend wetenschapper, een scheikundig specialist werkzaam in het Los Alamos National Laboratory, en erelid van het gerenomeerde laboratorium UCLA. Hij publiceerde meer dan 50 zeer erkende wetenschappelijke werken. Hij was een van de aangestelde wetenschappers om de Lijkwade in 1978 te onderzoeken. Rogers had een groot vertrouwen in de C14-methode om het weefsel te dateren. Hij kon persoonlijk veelzijdige testen uitvoeren op stukjes van de Lijkwade die in 1988 werden genomen omdat hij op 12 december 2003 van prof. Gonelli  een stukje hiervan kreeg. Hij bezat ook een aantal stukjes van het deel dat Raes verwijderde. Ook die kreeg hij van prof. Gonelli in 1979. Door middel van een speciale kleefband nam prof. Rogers ook nog 32 stalen van de hele oppervlakte van de Lijkwade. Hij ontdekte  katoenen draden die in het linnen weefsel gewoven werden.  Hij stelde vast dat deze katoenen draden doordrengd werden met een plantaardige stof die de kleurstof alizarine bevatte. In de rest van de Lijkwade komen echter geen kleurstoffen  noch gekleurde katoenen vezels voor.

Roger bewees dat de datering uit 1988 fout was omdat het onderzochte stukje stof afkomstig was van de plaats waar men in de Middeleeuwen de Lijkwade had versterkt met katoenen draden. De lijkwade is beduidend ouder als de resultaten van het C14-onderzoek uit 1988 aantonen.
In het tijdschrift Thermochimica Acta schreef Rogers: „ De resultaten van het chemische onderzoek, de aanwezigheid van katoen en de pyrolyze wijzen erop, dat het weefsel van de Lijkwade, waarop het C14-onderzoek werd doorgevoerd, op beduidende wijze verschilt van de rest van de Lijkwade. De stalen die gebruikt werden om de leeftijd van de Lijkwade te bepalen met de C14-methode waren geen deel van het originele materiaal en daarom gaf het onderzoek de verkeerde resultaten en was het ongeldig”.
Het weefsel van de C14 stalen werd onderzocht in het National Science Foundation Mass Spectrometry Center of Excellence aan de universiteit van Nebraska. Dit onderzoek bevestigde dat de C14-stalen afkomstig waren van de plaats, die tijdens de Middeleeuwen werd hersteld. De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd in Thermochimica Acta.

Rogers vond Alizarine in het onderzochte materiaal. Dit is een kleurstof , een uittreksel dat gewonnen wordt uit de wortels van meekrap. Deze kleurstof werd gebruikt om de katoenen vezels te kleuren om ze te laten gelijken op het originele oude linnen weefsel. Hij vond in het weefsel ook Arabische gom , gebruikt als medium om te verven, en aluin – een beitsmiddel voor textiel gebruikt tijdens de Middeleeuwen. De katoenen draden werden zo gekleurd dat ze niet verschilden van het originele linnen weefsel.  Zo bleef de herstelling onzichtbaar voor het oog.  De katoenen draden versterkte het uitgerokken originele materiaal enkel in deze hoek van de Lijkwade.

Rogers ontdekte na chemische analyse van de lignine in de vlasvezels uit de Lijkwade dat ze geen vanilline bevatten. Indien de Lijkwade afkomstig was uit de Middeleeuwen, zou er vanilline in aanwezig moeten zijn. Het vanillinegehalte neemt na verloop van tijd af; uit de Lijkwade is ze geheel verdwenen.  De vanilline is enkel nog aanwezig op de plaats van waar het C14-staal werd genomen. Dit wijst op het feit dat de chemische samenstelling van dit fragment van de Lijkwade verschilt van de rest. Indien de Lijkwade afkomstig was uit 1260, zoals het onderzoek uit 1988 beweert, zou er nog ongeveer 37% van de vanilline aanwezig moeten zijn. Het besluit is vanzelfsprekend: het ontbreken van vanilline in de Lijkwade wijst op het feit dat het doek veel ouder is dan de rezultaten van het C14-dateringsonderzoek.
 

Onzichtbare herstelling

Rogers wou een onafhankelijke bevestiging van de resultaten van zijn onderzoek. Daarom overhandigde hij een deel van het te onderzoeken materiaal van de Lijkwade aan de bekende wetenschapper John L. Brown van het Georgia Tech Research Institute’s Energy and Materials Sciences Laboratory at the Georgia Institute of Technology. Brown werkte onafhankelijk van Rogers. Hij maakte ook gebruik van andere onderzoeksmethoden dan Rogers. Hij stelde vast dat er vanzelfsprekende bewijzen zijn dat het materiaal hersteld werd. De middeleeuwse wever heeft de draden zo geverfd dat ze, wat kleur betreft, precies pasten bij het originele weefsel van de Lijkwade.

De wetenschappers M. Sue Benford en Joe Marine beweerden ook, dat de stukjes stof, gebruikt tijdens het C14-dateringsonderzoek afkomstig waren van een hoek van de Lijkwade, die hersteld werd door middel  van een zeer preciese methode , die in de Middeleeuwen “onzichtbaar weven”  werd genoemd.  Deze manier van herstellen wordt tot op heden in Frankrijk toegepast. Benford en Marona vroegen ook aan andere wetenschappers uit het textielgebied om het fotografisch materiaal van de stukjes stof die gebruikt werden voor de C14-datering nauwkeurig te controleren. Ook zij beweerden dat het een feit is dat het weefsel van de Lijkwade hersteld werd aan de hand van de methode van het onzichtbaar weven.
Het wetenschappelijk tijdschrift “Journal of Research”, uitgegeven door het National Institute of Standards and Technology (U.S. Department of Commerce, NIST, U.S. Government Printing Office) publiceerde in 2004 een artikel van Lloyd A. Currie, een specialist op gebied van datering aan de hand van de C14-methode. Hij gaf toe, dat het materiaal dat van de Lijkwade werd verwijderd om het te laten onderzoeken met de C14-methode slecht werd gekozen, omdat het materiaal inderdaad werd hersteld aan de hand van een methode die onzichtbaar is voor het blote oog. Om het C14-dateringonderzoek juist door te voeren zijn er stalen nodig van verschillende delen van de Lijkwade.
 

Het onderzoek van het laboratorium Los Alamos uit 2008

Professor in de scheikunde Robert Villarreal presenteerde in 2008 een onderzoek van het prestigieus Los Alamos National Laboratory (LANL). De wetenschappers stelden vast, dat het stukje stof van de Lijkwade, dat werd gebruikt bij het C14-dateringsonderzoek, met alle zekerheid katoen bevatte. Katoen komt niet voor in het originele linnen van de Lijkwade. Het staal dat werd verwijderd uit de rechter onderhoek van de Lijkwade (rechts van de afbeelding van de voorkant van het lichaam) was niet representatief voor het gehele doek. Daarom werd het onderzoek uit 1988 uitgevoerd op materiaal dat niet origineel is, maar dat toegevoegd werd tijdens de herstelling in de Middeleeuwen. Dit is de hoofdoorzaak van de foute datering van de Lijkwade. Villarreal benadrukte dat “in 1988, tijdens de bepaling van de leeftijd van de Lijkwade,  een van de belangrijkse basisbeginselen van de analytische chemie werd verwaarloosd. Dit beginsel zegt dat elke staal representatief moet zijn voor het geheel van het te onderzoeken materiaal. Een deel vertegenwoordigt het geheel.  Onze analyse van het weefsel van de Raes-stalen en de C14-stalen toont aan, dat dit basisbeginsel niet werd toegepast.”

Men negeerde de feiten, die een juiste uitkomst van de C14-dateringsmethode hadden moeten garanderen. Dit had als gevolg dat men met de resultaten van het dateringsonderzoek uit 1988 de publieke opinie op een dwaalspoor heeft gebracht.

Nog voor 1988 waren er al feiten bekend die een juist verloop van de C14-dateringsmethode hadden kunnen garanderen. Zo werden er bijvoorbeeld in 1978 ultraviolet- en rentgenfoto’s genomen. Die wezen op een verschil in de chemische samenstelling van het weefsel tussen de plaats waar de stalen werden genomen voor het C14-onderzoek van 1988 en de rest van de Lijkwade.

P.H. South van het Oxford University Radiocarbon Dating Laboratory, die de stof die werd weggenomen voor het C14-onderzoek heeft ondrzocht voor het werd gebruikt, stelde vast dat er katoenen vezels  in aanwezig waren. Dit was geen origineel weefsel. South schreef over zijn ontdekking in een artikel getiteld “Rogue Fibers Found in Shroud” (Schalkse vezels gevonden in de Lijkwade), gepubliceerd in 1988 in het tijdschrift Textile Horizons. Hij schrijft over zijn ontdekking: “het zijn fijne donkergele katoenvezels (...), die vroeger gebruikt zouden kunnen zijn om het originele weefsel te herstellen”.
Als besluit, moet men dus duidelijk stellen, dat tijdens het laatste wetenschappelijk onderzoek om de Lijkwade te dateren aan de hand van de radioactieve koolstof C14-methode fouten werden gemaakt die de resultaten in discrediet brachten. Het is dus niet verwonderlijk dat Christopher Ramsey, voorzitter van de Oxford Radiocarbon Accelerator Unit, die in 1988 deelnam aan het C14-onderzoek van de Lijkwade, hetvolgende zei in 2008: “Er bestaan veel bewijzen die erop wijzen dat de Lijkwade veel ouder is dan de leeftijd die de resultaten van het C14-onderzoek  aangeven. Er moet dus met zekerheid verder onderzoek komen. Het is enkel op die manier dat men de geschiedenis van de Lijkwade integraal kan reconstrueren, rekening houdend met de resultaten van alle wetenschappelijke onderzoeken alsook met de historische feiten.”

P. M. Piotrowski TChr

volgende teruggaan

Copyright © Wydawnictwo Agape Sp. z o.o. ul. Panny Marii 4, 60-962 Poznań, tel./ fax: 61/ 852 32 82 | tel. 61/ 647 26 86