2018-3 Goddelijke Barmhartigheid

Een kleine grote heilige – H. Leopold Mandić (1866-1942)

jul 01, 2019 Agnieszka Kańduła

Hij was slechts 135 cm groot en had een spraakgebrek. Hij liet geen theologische werken na. Tijdens zijn heiligverklaring in 1983 zei de H. Johannes Paulus II dat de biecht afnemen het enige was dat hij perfect deed.

Pater Leopold Mandić nam de biecht 12 tot 15 uur per dag af. Zijn biechtruimte was een kleine kloostercel, die „klein salon van de gastvrijheid” werd genoemd. Voor hij de biecht begon af te nemen, bad hij lange tijd. Wanneer er uitzonderlijk veel biechtelingen waren, zag hij af van zijn maaltijden. Mensen uit heel Italië kwamen naar hem toe om te biechten: arbeiders, boeren, intellectuelen evenals aristocraten, priesters en bisschoppen. De heilige pater Pio zei vaak tot de pelgrims die vanuit Noord-Italië naar hem toekwamen: „Waarom komen jullie naar mij? Jullie hebben immers een heilige biechtvader bij jullie thuis”. Vanzelfsprekend dacht hij aan pater Leopold. Paus Franciscus riep deze twee heilige biechtvaders uit tot patroonheiligen van het Jaar van de Barmhartigheid.

De heilige pater Leopold Mandić werd geboren op 12 mei 1866 in Castelnuovo in Dalmatië – vandaag de dag is dit Herceg Novi in Montenegro – in een overtuigd katholiek gezin. Hij was de jongste van 12 kinderen van Karolina Zarević en Piotr Mandić. Hoewel de moeder van pater Leopold afkomstig was uit een rijke adellijke familie en zijn vader nauwgezet werkte, verslechterde hun economische situatie stelselmatig. Toen Leopold werd geboren, leefde het gezin in armoede. Ondanks de moeilijke omstandigheden werd hun diep geloof niet aan het wankelen gebracht. Jaren later herinnerde de zus van de kloosterling zich: „Onze vader was een heilig man, iedere ochtend ging hij naar de H. Mis en ging hij te Communie; mijn broer, pater Leopold, vergezelde hem altijd”.

De roeping

Reeds op 16-jarige leeftijd trad Leopold toe tot het seminarie van de Kapucijnen in Udine, dat in 1866 geannexeerd was aan het koninkrijk Italië. Hij werd priester gewijd op 20 september 1890 in Venetië.

„Aan hen van wie ik de biecht afneem, geef ik lichte penitenties, daarom moet ik zelf voor hen de rest van de boetedoening verrichten”

Pater Leopold wilde terugkeren naar zijn vaderland om daar zendingswerk te verrichten met het doel christenen te verenigen en de dialoog met andere godsdiensten te herstellen. Toch waren deze plannen niet Gods plannen voor hem… Pater Leopold schikte zich zonder bezwaar naar zijn oversten, die hem niet wilden laten gaan naar de beoogde missies, omdat hij zo klein van gestalte was en een zwaar spraakgebrek en gezondheidsproblemen had. In 1906 werd hij naar het klooster van het Heilig Kruis in Padua gestuurd om daar de gelovigen het sacrament van de verzoening toe te dienen.

De heilige liet geen autobiografie na, maar uit zijn persoonlijke correspondentie, de aantekeningen die hij snel maakte op prentjes en de verhalen van zijn medebroeders weten we dat zijn instemming met zijn onvermogen tot zendingswerk voor hem niet gemakkelijk was. Nog enige tijd deed pater Leopold wat hij kon om zijn droom te verwezenlijken. Hij leerde intensief talen. Behalve Kroatisch kende hij niet alleen Italiaans en Latijn, maar kon hij ook Servisch, Sloveens en Grieks spreken.

„Iedere ziel zal voor mij het Oosten zijn…”

De Heer Jezus bevestigde op een buitengewone wijze aan pater Leopold, dat hij in het klooster van Padua diende te blijven en niet op zending naar het Oosten moest gaan. Welnu, toen hij aan iemand de heilige Communie uitdeelde, zei die persoon, toen hij deze ontvangen had: „Pater, de Heer Jezus heeft me opgedragen je te zeggen dat elke ziel, die je hier in de biecht helpt, jouw Oosten is”. In zijn aantekeningen noteerde pater Leopold die dag: „Van nu af aan zal iedere ziel die naar me toe komt voor mij het Oosten zijn”. Dit was het beslissende moment waarop hij zijn eigen visie van roeping herzag en gehoorzaam en nederig aanvaardde wat God voor hem bereid had. „Bij iedere biechteling die in zijn biechtstoel knielde, hernieuwde hij zijn daad van gehoorzaamheid”. Het is precies op de weg van volkomen gehoorzaamheid en nederigheid dat pater Leopold de heiligheid verwierf. Hij gedroeg zich meermaals op heel onconventionele wijze…

Pater Leopold herhaalde vaak dat wat we ook doen op aarde, alles moet gebeuren in de aanwezigheid van God en dat dan heel ons leven een ononderbroken gebed wordt

Op een dag verscheen Jan Chivato in zijn cel, een man die al jarenlang niet had gebiecht. De beslissing om na zo’n lange onderbreking naar het boetesacrament te komen bij pater Leopold was voor hem zeer moeilijk. Chivato was zo gespannen en in de war dat hij bij het binnenkomen in de cel op de plaats van de biechtvader ging zitten, terwijl deze – zonder iets te zeggen – neerknielde en de biecht afnam. Toen Jan na enige tijd zijn fout inzag, begon hij zich hevig te verontschuldigen bij de monnik. Toen zei pater Leopold, terwijl hij hartelijk naar hem glimlachte: „Het doet er niet toe. Ga in vrede!”. Jan gaf toe dat pater Leopold met deze houding ten volle zijn vertrouwen had gewonnen.

„Ik geloof, daarom getuig en handel ik”

Wat zorgde ervoor dat er zich bij zijn cel lange rijen vormden van mensen uit verschillende sociale lagen, die verlangden zich met God te verzoenen?

De biechtelingen van pater Leopold onderstreepten dat hij ondanks de weinige woorden die hij sprak, in staat was de mensen na afloop van de biecht vredevol, getroost en gesterkt te laten gaan. En zijn medebroeders zeiden dat pater Leopold iedere persoon die naar zijn cel kwam, behandelde alsof de redding van de hele mensheid afhing van de bekering van precies deze persoon. Tot wie grote moeite hadden om hun zonden te belijden, zei hij: „Ook ik ben miserabel en zondig, hoewel ik een kloosterling en priester ben. Zonder Gods hulp zou ik slechter zijn dan veel andere mensen”.

Pater Leopold heeft zich met grote toewijding ingezet voor de hem toevertrouwde functie. In principe verliet hij zijn cel, die gehecht was aan de kerk, niet. Hij had nooit vakantie of zelfs een vrije dag – zelfs niet als hij ziek was en koorts had. Hij hield geen rekening met ondraaglijke zomerhitte noch met strenge winters – hoewel hij daar geen enkele verwarming had.

Vele mensen die de strenge principes van pater Mandić opmerkten, waren verbaasd dat niettemin Gods vreugde uit hem opwelde. Als volgt reageerde hij op al wie zich erover verwonderde dat hij hele dagen in de biechtstoel doorbracht: „Dit is mijn hele leven. Ik beteken hier niets, ik ben werkelijk tot niets in staat. Alleen God handelt”.

De heilige Leopold Mandić was er zeker van dat Jezus bij hem was wanneer hij de biecht afnam of de H. Mis opdroeg. Hij zei: „Wanneer ik een stola draag, ben ik voor niemand bang”. Wanneer hij ervan beschuldigd werd te zachtaardig te zijn en te gemakkelijk absolutie te geven, antwoordde hij: „Ik zachtaardig? Ik ben toch niet gestorven voor de zonden, zoals Jezus deed. Is het mogelijk milder te zijn voor een schurk dan Hij?”.

Pater Leopold was mild voor de zondaars, maar onbuigzaam ten overstaan van de zonden, die de bron zijn van alle menselijke ellende, in het bijzonder de zonden tegen het leven, de zuiverheid, het huwelijk en het gezin.

Op een keer kwam er een man naar de biecht, die zijn vrouw bedroog en dit niet beschouwde als zonde. Pater Leopold maakte zijn biechteling in strenge bewoordingen duidelijk welke grote pijn hij hiermee aan Christus, zijn vrouw, zijn gezin en zichzelf bezorgde. Aanvankelijk verdedigde de man zich, maar na een tijdje beleed hij met tranen in de ogen zijn zonden en besloot hij zich te beteren. Sindsdien biechtte hij geregeld bij pater Leopold en was hij een voorbeeldig katholiek.

De kracht van de Eucharistie en het gebed

Wat gaf pater Leopold de kracht en de vastberadenheid om stand te houden en de strikte regels na te leven die hij zichzelf oplegde? Zijn „sleutel tot succes” was de H. Mis, die hij definieerde als „wapen bij de zege over de zielen van de zondaars”. Hij stond bij dageraad op om de dag aan te vangen met het vieren van de Eucharistie waarop hij zich gewoonlijk voorbereidde met een lang, persoonlijk gebed. Onmiddellijk na de Eucharistie ging hij in zijn biechtcel zitten en bleef daar de hele dag ter beschikking van de biechtelingen. Wanneer hij geen biecht afnam, besteedde hij elk vrij moment aan gebed. Zijn medebroeders en oversten zeiden: „Hij heeft deze levensstijl bijna 40 jaar lang in acht genomen, zonder één woord van bezwaar”. Pater Leopold kon zo leven, omdat hij erg was gaan houden van God en hij grenzeloos vertrouwde op Zijn barmhartigheid. Hij zei: „Onze handelingen hebben maar waarde voor zover ze verricht worden uit liefde tot God”.

Na vele uren in de biechtstoel beëindigde pater Leopold zijn dag met gebed, omdat hij zeer benadrukte dat „diepe religieuze reflecties de vrucht zijn van een vurig nachtelijk bidden voor het H. Sacrament”. Zijn medebroeders vonden hem vaak in de kapel, wanneer hij op zijn knieën duidelijk worstelde tegen de slaap. Toen ze hem echter zeiden eindelijk te gaan rusten, antwoordde hij: „Aan hen van wie ik de biecht afneem, geef ik lichte penitenties, daarom moet ik zelf voor hen de rest van de boetedoening verrichten”.

Pater Leopold herhaalde vaak dat wat we ook doen op aarde, alles moet gebeuren in de aanwezigheid van God en dat dan heel ons leven een ononderbroken gebed wordt. En precies dit jawoord gaf hij – de gelofte om steeds in Gods tegenwoordigheid te blijven, voortdurend aan Hem te denken.

Hij moedigde de biechtelingen sterk aan tot vurig gebed. Hij bracht in herinnering: „Het heilig Evangelie vertelt ons dat één gebaar van Christus de Heer volstond om de storm op zee te stillen. Na tweeduizend jaar heeft onze Heer deze kracht niet verloren. Hij is eeuwig en dat is genoeg”. Wanneer er mensen naar hem toekwamen die de hoop verloren hadden, zei hij: „Wanneer het lijkt alsof alles verloren is, reikt Jezus de hand aan Petrus, die door wantrouwen in het troebele water zinkt, en zegt: »Kleingelovige, waarom twijfelde je?«”. Pater Leopold benadrukte voortdurend: „Volgens de door God vastgestelde orde en de gewone werking van Gods voorzienigheid, zou al het goede ons gegeven moeten worden dankzij gebed”.

Ongewone begaafdheden

Pater Leopold had bepaalde bijzondere gaven. Eén ervan, dat zijn dienst bij het sacrament van de verzoening zeer vergemakkelijkte, was de gave van „inzicht in het menselijk geweten”. Zijn biechtelingen merkten op dat ze de indruk hadden dat pater Leopold hun zonden kende voordat ze hem die zonden beleden en dat hij hen vaak ertoe bracht deze zonden uit te spreken die ze vergeten waren of die voor hen moeilijk te belijden waren.

Typerend is het volgende verhaal: „Ooit kwam [pater Leopold] op straat een onbekende fietser tegen. Hij keek hem zo doordringend aan dat deze zei: »Is er iets gebeurd, Pater? Kan ik ergens mee helpen?« »Kom met mij mee naar de kerk!« antwoordde pater Leopold hierop. En deze persoon, die al 40 jaar niet te biechten was gegaan en onomwonden pochte dat hij niet in God geloofde, de Kerk en de priesters minderwaardig achtte, ging achter hem aan, biechtte en leefde sindsdien als een voorbeeldig christen. Hij vertelde iedereen dat de blik van pater Leopold als een degen dwars door hem heen ging, waardoor een negatief antwoord op diens uitnodiging onmogelijk was”.

Bekend zijn ook de voorbeelden van genezingen dankzij de interventie van pater Leopold, verricht op voorspraak van de heilige Maagd Maria, voor wie de monnik een grote verering had en naar wie hij de biechtelingen die bijzondere genade nodig hadden bij hun moeilijke verzoeken, altijd verwees.

Eén van de verhalen van deze genezingen is het volgende: „In 1928 kreeg hij te horen dat een meisje stervende was aan cerebrospinale meningitis. Dit ontroerde pater Leopold sterk; hij vroeg dus een appel, zegende de appel en zei: »Geef die aan het meisje en de Moeder Gods zal haar genezen «. Van zodra het meisje die opgegeten had, werd ze opnieuw gezond. Men keerde snel naar hem terug om hem dit te vertellen. En hij antwoordde: »Het is de Moeder Gods. O, gezegende Vrouw! Wat ben Jij goed!«”.

De heilige Leopold ontving van God de gave van een profetische blik met betrekking tot de tragische gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog. Zelf voorziet hij dit visioen van de volgende commentaar: „Deze nacht – zei hij op 23 maart 1932, terwijl hij bitter weende – opende de Heer tijdens het gebed mijn ogen en zag ik Italië in een zee van vuur en bloed”. En gedurende de oorlog, toen hem gevraagd werd of Padua zou gebombardeerd worden, antwoordde hij: „De stad zal worden gebombardeerd en wel hevig. Ook deze kerk en dit klooster zullen schade lijden, maar niet deze cel. Want God heeft in deze cel aan menselijke zielen zoveel barmhartigheid getoond dat ze intact zal blijven, als een zichtbaar teken van Zijn goedheid”. En zo gebeurde het ook. Op 14 mei 1944 vernietigden vijf grote bommen de kerk en een deel van het klooster en bleef alleen de cel van pater Leopold gespaard.

De dood is de poort naar de hemel

Op de vijftigste verjaardag van zijn priesterwijding zei pater Leopold tot zijn kloosterbroeders: „We zijn geboren om ons in te spannen. Het is een grote vreugde om een bezigheid te hebben. Vraag God de Heer om te mogen sterven ten gevolge van apostolische ontberingen”.

Hijzelf stierf, uitgeput door apostolische ontberingen, op 30 juli 1942 in Padua, de stad van de H. Antonius. Op die dag bad pater Leopold langer dan gewoonlijk in voorbereiding op de H. Mis. Toen hij de liturgische gewaden aantrok, viel hij flauw. Hij herwon het bewustzijn tijdens het sacrament van de laatste zalving. Tijdens het proces van de heiligverklaring getuigde de overste, pater Benjamin: „Ik, die hem bijstond in zijn laatste ogenblikken, ben ervan overtuigd dat de Moeder Gods hem bij zijn overgang naar de eeuwigheid begeleidde. Hij stierf terwijl hij het Salve Regina bad. Toen hij bij de woorden »O goedertieren, o liefdevolle, o zoete Maagd Maria!« kwam, verhief hij zich, strekte met vreugde zijn handen naar boven uit, alsof hij iets wonderlijks wilde aanraken, en ging heen…”. Voor pater Leopold werd de dood de poort naar de hemel.

In de biografie van de heilige lezen we: „De directe doodsoorzaak bij pater Leopold was maagkanker. Professor Enrico Rubaltelli, zijn arts, bevestigt dat hij in de laatste dagen van zijn leven veel te lijden moet hebben gehad, omdat hij door de ziekte aan het spijsverteringsstelsel geen voedsel kon innemen en zijn zenuwstelsel zeer gevoelig was. Hij stierf dus praktisch van honger. Toch bleef hij tot het einde toe opgewekt en geduldig”.

Moge het buitengewone voorbeeld van pater Leopold ons hart vervullen met vertrouwen in Gods oneindige barmhartigheid – die we kunnen ervaren iedere keer dat we knielen in de biechtstoel en met berouw onze zonden belijden – en moge we geloven in de kracht van een gebed vol vertrouwen. Laat het een voorbeeld zijn van totale toewijding aan de taken die ons zijn toevertrouwd en van een bescheiden zoeken en aanvaarden van de Goddelijke wil in ons leven – ongeacht onze eigen plannen. Moge het voor alles een les zijn om de heiligheid te bereiken daar waar God ons geplaatst heeft, via de mensen met wij vertoeven, in ons alledaagse, gewone leven.

Moge de woorden van de H. pater Mandić voor ons een leidraad zijn: „Buitengewone boetedoeningen zijn niet nodig. Het volstaat dat we met geduld de gewone zorgen van ons miserabele leven dragen: de misverstanden, ondankbaarheid, vernedering, pijn veroorzaakt door de wisseling van de seizoenen of de omgeving waarin we leven. Ze vormen een kruis dat de zonde ons op de rug heeft gelegd en dat God heeft gewild als een middel tot onze verlossing”.

Laten wij op moeilijke momenten deze „grote-kleine heilige” om voorspraak en steun vragen. De heilige pater Leopold zei immers: „Ook vanuit de hemel zal ik mijn werk verderzetten voor de redding van de zielen”.