2018-3 Getuigenis

Vertrouwen in Gods barmhartigheid

jul 01, 2019 Getuigenis

Tijdens de zwangerschap leek alles goed, en de resultaten van de bacteriële tests waren normaal. Mijn zoontje werd zonder complicaties geboren. Niets wees op de ernstige toestand waarin hij zich kort na zijn komst op deze wereld zou bevinden

Toen mijn weeën begonnen, belde ik naar het ziekenhuis datn en dat ik gerust kon afkomen. Ik wachtte tot de krampen erger werden en vertrok naar het ziekenhuis dat op 30 km afstand lag. Toen ik aankwam, kreeg ik echter te horen dat ik niet zou worden opgenomen omdat er geen plaatsen meer waren. Ik had om de vier minuten weeën. De dokter wilde me naar het dichtstbij gelegen ziekenhuis laten overbrengen, maar ik stemde hier niet mee in omdat daar geen uitrusting aanwezig was om het leven van de pasgeboren baby te redden indien nodig. Er was alleen een verloskamer, maar er was geen ICU-eenheid. Ik besloot dus naar een veiliger ziekenhuis, dat echter op 40 km afstand lag, te rijden. Er was geen andere veilige keuze. Ik verwachtte niets slechts, maar nam toch deze lange route. Zoals later bleek, was dit een heilzame beslissing.

Ik kwam op het laatste ogenblik in de verloskamer aan. Ik bracht een prachtig zoontje ter wereld. Al het vitale functioneerde, hij ademde zelf en was beweeglijk. Hij kreeg 9 van de 10 punten als Apgarscore. Dat ene punt had te maken met het feit dat zijn huid bleek was. Om deze reden en vooral omdat ik meldde dat ik griep had, werd het bloed van mijn kind gedetailleerder onderzocht.

Aanvankelijk leek alles in orde, maar met elk uur werd mijn zoontje zwakker. Hij had niet langer de kracht om melk te drinken. We hebben geen oog dicht gedaan in de nacht na de bevalling. ‘s Ochtends werd mijn kind na ontvangst van de resultaten van de bloedscreeningstest onmiddellijk in intensieve therapie gebracht. Het bleek dat het geavanceerde bloedvergiftiging had. Mijn zoontje belandde in een couveuse en de strijd om zijn leven begon. De artsen konden me niet garanderen dat het kind zou overleven. Ik zocht hoop bij de artsen en verpleegsters, maar zij konden me niet troosten omdat ze eerlijk wilden zijn. De antibiotica die mijn zoontje kreeg was een schot in het duister, want door te wachten op de resultaten van het antibiogram, konden we hem al verliezen. Overigens zeiden de artsen dat ze zich pas op het allerlaatste moment hadden gerealiseerd hoezeer mijn kind ziek was. Later bleek dat ze de juiste medicijnen hadden toegediend, maar voordat we dit wisten, wachtten ons dagen vol angst voor zijn leven.

Artsen en verpleegsters van de hele afdeling kwamen naar onze isolatiezaal om het wonder te zien

De artsen bereidden me voor op het ergste. Ze zeiden dat zelfs als mijn zoontje het overleefde – en ze hadden nog nooit gezien dat een pasgeboren baby het in zo’n zware toestand overleefde – hij waarschijnlijk mentaal en/of lichamelijk gehandicapt zou zijn. De bacterie tastte alles aan. Deze zat in het bloed van het kind, bereikte de hersens, veroorzaakte hersenvliesontsteking, tastte zijn inwendige organen aan, die – als mijn zoontje het overleefde – nooit goed zouden werken.

We wachtten en we baden. Veel families, vrienden, religieuze ordes en priesters bestormden de hemel. Er werden missen, novenen opgedragen en er werd gevast voor de intentie van mijn zoontje. Na de eerste schok – ik had me immers meermaals laten testen tijdens de zwangerschap – gaf ik me er rekenschap van dat alles goed moest komen, want ik was immers al in de zwangerschap begonnen met de Pompeïsche Noveen voor de intentie van een gelukkige geboorte en de gezondheid van het kind. Na de bevalling had ik het dankzeggingsgedeelte van deze noveen verdergezet. Waarvoor zou ik dus bang zijn? Enkel vertrouwen hebben… Dagelijks baden we het Rozenhoedje tot de Goddelijke barmhartigheid en de rozenkrans en bezonnen we ons over de teksten van de Heilige Schrift. We baden tot de Heilige Maagd, waaraan onze vrienden die in Fátima verbleven, vroegen ons zoontje te genezen. Ik voelde dat men ons overal steunde in gebed. We zochten ook redding bij Pater Pio en bij de H. Aartsengel Michaël.

Op een zeker ogenblik begon de gezondheidstoestand van mijn zoontje een beetje te verbeteren. Na een aantal dagen verslechterde deze echter opnieuw, wat de artsen zeer verbaasde. Ze vonden de oorzaak niet van deze plotse verslechtering. Het begon weer slechter en slechter te worden. De artsen wisten niet wat ze nog konden doen. Ik zei toen tegen de heilige Aartsengel Michaël: „Mijn zoontje valt. Als Je hem maar bij de hiel grijpt en hem redt – dan is hij van Jou, niet van mij”. Met „maar bij de hiel” bedoelde ik gelijk welke redding. Ik wilde dat mijn zoontje zou leven, ik maakte me geen zorgen over zijn handicap. Ik wou alleen dat hij zou leven…

De volgende dag kwam er een dokter naar me toe die zei: „Er is iets gebeurd. Het gaat beter”. Vanaf die dag werd de verbetering van de gezondheidstoestand van mijn zoontje door niets meer geremd. Artsen en verpleegsters van de hele afdeling kwamen naar onze isolatiezaal om het wonder te zien. Mijn zoontje bracht een maand in het ziekenhuis door. Aan het einde van dit verblijf werden we opgezocht door het afdelingshoofd, een arts van ongeveer zestig jaar. Deze arts zei me dat hij in heel zijn loopbaan nog niet had gezien hoe een pasgeboren baby in kritieke toestand, met een ernstige bloedvergiftiging (240 CRP) en hersenvliesontsteking niet alleen overleefde, maar het ziekenhuis volledig genezen verliet! De verpleegsters bevestigden dat ze iets dergelijks nog nooit hadden gezien. Een van hen zei: „Jullie moeten daarboven sterk gesteund worden”. We hadden ons vertrouwen gesteld in Maria. Met de kracht van het gebed en het vertrouwen in Gods barmhartigheid hadden we gevraagd mijn kind volledig en permanent te genezen. Heel deze moeilijke periode vertrouwden we op Jezus. Ik zei Hem dat ik Zijn wil zou aanvaarden, maar dat ik er vertrouwen in had dat mijn zoontje zou leven. En hij leeft niet alleen, maar we kregen nog meer: hij is gezond – en hij is van de Aartsengel Michaël…

God liet niet toe dat ik zou bevallen in het ziekenhuis waar ik eerst aankwam, omdat daar geen bloedscreeningstesten, de testen waardoor de artsen te weten kwamen dat mijn kind bloedvergiftiging had, werden uitgevoerd. De Heer leidde me naar een ziekenhuis met een zaal voor intensieve therapie van pasgeboren baby’s, met uitstekende medische apparatuur en heel bekwaam medisch personeel. Hij gaf me de alertheid en hardnekkigheid om niet naar het dichtbij gelegen ziekenhuis te rijden (hoewel ik om de vier minuten weeën had), maar naar het ziekenhuis waar snel werd vastgesteld dat er iets mis was met het kind. Wanneer ik in een ander ziekenhuis was bevallen, zou mijn zoontje binnen de twee dagen na de geboorte gestorven zijn. Hij had immers niet de typische symptomen van bloedvergiftiging. Zijn ziekte kon enkel worden vastgesteld met een gedetailleerd bloedonderzoek. God heeft ons geleid.

Deze arts zei me dat hij in heel zijn loopbaan nog niet had gezien hoe een pasgeboren baby in kritieke toestand, met een ernstige bloedvergiftiging (240 CRP) en hersenvliesontsteking niet alleen overleefde, maar het ziekenhuis volledig genezen verliet!

Nadat we het ziekenhuis verlaten hadden, moesten we een reeks gespecialiseerde testen laten uitvoeren. Dit hele proces duurde twee jaar. Alle testen hebben bevestigd dat mijn zoontje 100% gezond is. Er is geen spoor van een ziekte! Hij is mentaal en fysiek gezond. Hij heeft zelfs een uitzonderlijke levensvreugde en gezonde energie. Toen we een echografie van zijn hersenen en inwendige organen lieten maken bij een wereldberoemde (!) arts, zei deze dat uit de documentatie en de echografieën van het ziekenhuis waar mijn zoontje geboren werd, blijkt dat hij „kapot” (de arts gebruikte dit woord) zou moeten zijn – zijn nieren, lever en hersenen zouden helemaal niet meer mogen werken. Nu ziet hij echter op zijn echografie-apparaat uiterst gezonde organen. De genezing van mijn zoontje was niet enkel een tijdelijke verbetering – deze is een permanente verandering die alles wat ziek was in zijn lichaam, uitgewist heeft. Vandaag de dag is mijn vijfjarig zoontje het levende bewijs van Gods barmhartigheid.

Ik weet dat de goede God ons heeft verhoord omdat Maria en de andere heiligen het Hem gesmeekt hebben. In het bijzonder droeg de heilige Aartsengel Michaël zorg voor ons kind. Ik weet ook dat mijn zoontje me enkel voor een bepaalde periode is toevertrouwd. In werkelijkheid is hij van Hem – van de Aartsengel Michaël. Ik vraag me af welke plannen Hij heeft met ons zoontje… Vandaag de dag is mijn zoon gaan houden van de figuur van deze heilige. Eens (als een vierjarige jongen) moest hij één prent uit een hele stapel prenten met heiligen kiezen. Hij sorteerde, zocht, maar toen hij de H. Michaël tegenkwam, twijfelde hij niet. Hij nam deze prent met een glimlach en knuffelde haar.

Als je denkt dat er geen hoop meer is, omdat iedereen je dat vertelt – dat vertelden de artsen ons; als je bang bent dat je iets heel kostbaars zal verliezen – ook ik was bang; als je denkt dat je het niet alleen aankunt (dit is een illusie – wij werden gesteund door velen en van de steun van sommigen waren we pas veel later op de hoogte) – dan heb je geen keuze: heb ondanks alles vertrouwen: God is groter dan jouw ziekte, verslaving, problemen, angst. Geloof, heb de moed om veel te vragen, het uiterste te vragen. Vertrouw op de Heer.

Ik dank de Heer, Maria en alle heiligen, en in het bijzonder de heilige Pater Pio, de heilige Johannes Paulus II en de heilige Aartsengel Michaël voor de talloze gunsten die Zij ons nog steeds bewijzen. Door de Pompeïsche Noveen te bidden, kreeg ik veel genade in mijn leven: werk voor mezelf en mijn echtgenoot, gezondheid en leven voor ons zoontje en nog veel meer. God redde mij tweemaal van ongeluk en geeft me nog steeds tekenen van Zijn zorg.

Maria