2018-3 geloof

Het eucharistisch wonder in Legnica

Doorheen de eucharistische wonderen roept Jezus ons wakker uit geestelijke lethargie en roept Hij ons op tot geloof in Zijn waarachtige aanwezigheid in de Eucharistie.

Het nieuwste eucharistisch wonder, dat op 10 april 2016 werd afgekondigd door de kerkelijke autoriteiten, vond plaats in de kerk van de H. Jacek in Legnica. Wanneer het geloof in de werkelijke aanwezigheid van Christus in de Eucharistie verzwakt of ophoudt, bevestigt onze Heer en Heiland door buitengewone tekenen en wonderen Zijn leer over de Eucharistie en roept Hij op tot bekering. Bij de instelling van het sacrament van de Eucharistie tijdens het laatste avondmaal, heeft de Heer Jezus niet gezegd dat brood en wijn een symbool werden, maar dat dit brood en deze wijn echt veranderden in Zijn Lichaam en Bloed. Hij nam het brood en zei ondubbelzinnig: „dit is mijn Lichaam”, en de beker met wijn: „dit is mijn Bloed” (cf. Mat. 26,26-28). Na de woorden van de consecratie, die de priester tijdens de H. Mis uitspreekt, blijven weliswaar de uiterlijke vormen van brood en wijn bewaard, maar hun substantie ondergaat een wonderlijke, geestelijke verandering, onmerkbaar voor onze zintuigen.

De resultaten van deze onderzoeken lieten er geen twijfel over bestaan dat we te maken hebben met het spierweefsel van een menselijk hart in doodsstrijd

De H. Johannes Paulus II schreef in zijn encycliek Ecclesia de Eucharistia dat de Eucharistie „de bron en tegelijkertijd het hoogtepunt van alle christelijk leven” is. „Want in de Eucharistie is alle geestelijk goed van de Kerk vervat” (EE 11). Hij benadrukte dat Christus in de Eucharistie „zichzelf, Zijn eigen persoon in zijn heilige menselijkheid, alsook de gave van Zijn heilswerk wegschonk […]. Wanneer de Kerk de Eucharistie, het aandenken aan de dood en de verrijzenis van haar Heer, viert, wordt dit centrale heilsgebeuren echt tegenwoordig en wordt het werk van onze Verlossing volbracht […]. Dit offer is zo beslissend voor de redding van de mensheid, dat Jezus het bracht en slechts terugkeerde naar de Vader wanneer Hij ons het instrument naliet dat het mogelijk maakte eraan deel te nemen, alsof we erin aanwezig waren. Op deze manier kan elke gelovige erin participeren en genieten van de onuitputtelijke vruchten ervan” (EE 11).

Gebeurtenissen met betrekking tot het eucharistisch wonder in Legnica

Op de eerste kerstdag, 25 december 2013, liet de priester in de kerk van de H. Jacek in Legnica tijdens de eerste ochtendmis bij het uitreiken van de communie aan de gelovigen per ongeluk een hostie op de vloer vallen. Hij raapte deze onmiddellijk op en legde ze vervolgens – in overeenstemming met de gedragsregels in dergelijke situaties – in water in een kelk en borg deze op in het tabernakel. Gewoonlijk lost de hostie na enkele dagen volledig op in het water. De hostie loste echter om onbekende redenen niet op. Op 4 januari merkte één van de priesters dat 1/5 van het oppervlak rood was verkleurd. De volgende dag informeerde pastoor Andrzej Ziombra hierover de toenmalige bisschop-ordinarius Stefan Cichy. Die adviseerde om gedurende twee weken te observeren wat er met de hostie zou gebeuren.

Na 14 dagen verdween het witte deel van de hostie in het water. Alleen het gekleurde deel ervan, dat eruitzag als een stolsel van 1,5 x 0,5 centimeter, bleef over. Het werd uit het water verwijderd, op een corporale (een klein linnen doek dat aan het altaar wordt gebruikt en waarop de gaven van brood en wijn worden geplaatst tijdens de eucharistieviering, n.v.d.r.) gelegd en opgeborgen in het tabernakel. De bisschop benoemde een commissie om zich bezig te houden met de opheldering van dit mysterieuze verschijnsel.

Leden van de kerkcommissie vroegen de wetenschappers van de Afdeling Forensische Geneeskunde van de Medische Universiteit in Wrocław om monsters te nemen en deze te onderzoeken. Op 26 januari 2014 werden 15 monsters genomen.

De onderzoeken van de wetenschappers van Wrocław hebben uitgesloten dat de rode verkleuringen van de hostie het gevolg zijn van de werking van bacteriën en schimmels. Hun histopathologische analyses gaven echter aan dat bepaalde fragmenten op een hartspier lijken. De onderzoekers slaagden er echter niet in om DNA te vinden.

De kerkcommissie ging daarom op zoek naar een wetenschappelijk instituut met een meer geavanceerde onderzoeksmethode. Ze wendde zich daarom tot de Afdeling Forensische Geneeskunde van de Medische Universiteit in Szczecin, geleid door de uitmuntende pathomorfoloog prof. Mirosław Parafiniuk. In deze onderzoeksinstelling wenden de wetenschappers echt de meest geavanceerde technologieën aan. Ze verrichten er de genetische identificatie van menselijke resten, o.a. bepalen ze de identiteit van Poolse nationale helden, die werden vermoord tijdens de terreur van het nazistisch en communistisch regime.

De Congregatie concludeerde dat er een wetenschappelijke en morele zekerheid bestond dat we te maken hadden met een bovennatuurlijke gebeurtenis

Professor Parafiniuk heeft samen met een team van medewerkers onderzoeken uitgevoerd op dezelfde monsters die reeds vroeger in Wrocław waren geanalyseerd. Door middel van een UV-microscoop, uitgerust met speciale filters, werd er de aanwezigheid van spierweefsels van het menselijk hart in ontdekt dat zich in staat van fragmentatie d.w.z. in doodsstrijd bevond. Voor de geleerden was het een schok, omdat ze vanuit wetenschappelijk oogpunt een onverklaarbare ontdekking hadden gedaan. De resultaten van deze onderzoeken lieten er geen twijfel over bestaan dat we te maken hebben met het spierweefsel van een menselijk hart in doodsstrijd. In de verklaring van het Instituut Forensische Geneeskunde lezen we: „In het histopathologisch beeld werden weefselfragmenten vastgesteld die gefragmenteerde delen van een dwarsgestreepte spier bevatten. […] Het hele beeld […] lijkt het meest op de hartspier […] met veranderingen die vaak gepaard gaan met doodsstrijd. Genetische tests tonen de menselijke oorsprong van het weefsel aan”.

Monseigneur Zbigniew Kiernikowski, de huidige ordinarius van het bisdom Legnica, reisde in januari 2016 naar het Vaticaan en presenteerde in de Congregatie voor de Doctrine van het Geloof de wetenschappelijke expertises van de beide studies. In de Goede Week 2016 ontving hij een antwoord, waarin de Congregatie concludeerde dat er een wetenschappelijke en morele zekerheid bestond dat we te maken hadden met een bovennatuurlijke gebeurtenis. In deze brief werd het akkoord gegeven voor de aankondiging aan de gelovigen van het eucharistisch wonder als vaststaand feit en voor de voorbereiding van de plaats van aanbidding.

Is dit teken geen buitengewone roeping van Christus, gericht tot ieder van ons, opdat we diepgelovig zouden aannemen dat tijdens iedere Eucharistie het mysterie van Zijn passie, dood en opstanding aanwezig is?

Op 10 april 2016 bracht bisschop Kiernikowski een bericht uit waarin hij de gelovigen informeerde over dit buitengewone eucharistisch wonder. We lezen er onder meer in: „In januari van dit jaar presenteerde ik de hele kwestie aan de Congregatie voor de doctrine van het Geloof. Vandaag geef ik, in overeenstemming met de aanbevelingen van de H. Stoel, aan E.H. Pastoor Andrzej Ziombra de opdracht een geschikte plaats klaar te maken om de relikwie uit te stallen zodat de gelovigen deze kunnen vereren. Ik vraag hem ook om voor de mensen die er naar toe komen relevante informatie ter beschikking te stellen en een systematische catechese te verzorgen die moet helpen het besef van de gelovigen op het vlak van de eucharistische eredienst op de juiste manier te vormen. Ik raad bovendien aan een boek te voorzien, waarin eventuele verkregen genade en andere gebeurtenissen van bovennatuurlijke aard kunnen worden geregistreerd. Ik hoop dat dit alles zal bijdragen om de eredienst van de Eucharistie te verdiepen en vruchten zal afwerpen in het leven van de mensen die naar deze relikwie toekomen. We lezen dit wondere Teken als een bijzondere uitdrukking van de welwillendheid en liefde van God, die zo sterk neigt naar de mens”.

Het hart dat lijdt en in doodsangst verkeert

De onderzoekers bevestigden dat het verkleurde deel van de hostie uit Legnica het spierweefsel is van een menselijk hart op het ogenblik van de doodsstrijd. Is dit wonderbaarlijke teken geen buitengewone roeping van Christus, gericht tot ieder van ons, opdat we diepgelovig zouden aannemen dat tijdens iedere Eucharistie het mysterie van Zijn passie, dood en opstanding aanwezig is? Op een vergelijkbare wijze riep Christus ons op tot geloof in Zijn aanwezigheid in de Eucharistie door andere wonderbaarlijke tekens die plaatsvonden in Sokółka, Buenos Aires en Lanciano. We hebben hier te maken met een verbazingwekkende gelijkenis.

Het eucharistisch wonder in Sokółka vond plaats in de parochiekerk van St. Antonius van Padua op 12 oktober 2008. De priester die de Communie uitdeelde liet per ongeluk een hostie vallen en deze belandde op de trede van het altaar. Hij legde haar in het vasculum (bakje met water).

Op 19 oktober werd opgemerkt dat het midden van de witte hostie was veranderd in een bloedend lichaamsdeeltje. Op vraag van de aartsbisschop werden er monsters van genomen voor onderzoek door twee uitmuntende wetenschappers van de Medische Universiteit in Białystok.

Professor Sobaniec-Łotowska en professor Sulkowski voerden onafhankelijk van elkaar en volgens alle wetenschappelijke regels histopathologische testen uit op het monster van de getransformeerde hostie.

De resultaten van de twee afzonderlijke, van elkaar onafhankelijke expertises zijn helemaal gelijklopend: de mysterieuze substantie waarin het fragment van de hostie is veranderd, is absoluut zeker het spierweefsel van een menselijk hart, levend, erg lijdend en in doodsstrijd, als vóór een infarct.

De onderzoekers schreven: ”Dergelijke veranderingen komen slechts voor in niet afgestorven vezels en duiden op snelle samentrekkingen van de hartspier tijdens de doodsstrijd […]. Het middelste deel van de hostie is veranderd in het weefsel van de hartspier en vormt een onafscheidelijke structuur met het overige deel van de witte hostie. […] Dit ongewone, mysterieuze verschijnsel van de doordringing van de witte stof van de hostie door spiervezels van en menselijk hart werd waargenomen, onderzocht en gefotografeerd zowel met lichtmicroscopen als met een transmissie- elektronenmicroscoop. Dit onderzoek toont aan dat er geen menselijke tussenkomst kon zijn geweest”.

Door dit wondere teken wijst de Heer Jezus krachtig op het feit dat in iedere H. Mis Zijn passie, dood en verrijzenis aanwezig worden gesteld.

„Als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u” (Joh. 6,53)

Tot verbazingwekkende conclusies kwamen ook de wetenschappers die het eucharistisch wonder in Buenos Aires onderzochten. Op 18 augustus 1996 werd in één van de kerken in de hoofdstad van Argentinië tegen het einde van de H. Mis aan priester Alejandro Pezet een onteerde hostie getoond, die was achtergelaten op een kandelaar achteraan in de kerk. De priester nam ze, legde ze in een kom met water en borg die op in het tabernakel. Wanneer priester Alejandro op 26 augustus het tabernakel opende, stelde hij met verbazing vast dat de ontheiligde hostie in een bloedende substantie was veranderd. Hij meldde dit onmiddellijk aan kardinaal Bergoglio, die hem beval dit feit niet openbaar te maken en geduldig af te wachten. Pas op 5 oktober 1999 namen wetenschappers, op verzoek van de kardinaal, een monster van deze hostie. Het werd voor onderzoek naar New York gestuurd. Om niets te suggereren, werden de New Yorkse wetenschappers niet op de hoogte gebracht waaruit dit monster was genomen. Het hoofd van het team Amerikaanse onderzoekers was dr. Frederic Zugibe, een bekende New Yorkse cardioloog en forensisch patholoog. De wetenschappelijke analyses toonden aan dat de onderzochte substantie afkomstig was van menselijk lichaam en bloed, waarin menselijk DNA aanwezig was. In het expertiseverslag van de onderzoeksresultaten lezen we onder meer: ”De onderzochte materie is een fragment van de hartspier die zich bevindt in de wand van de linkerkamer, in de buurt van de kleppen. Deze spier is verantwoordelijk voor de samentrekkingen van het hart […]. De hartspier is ontstoken; er bevinden zich veel witte bloedcellen in. Dit geeft aan dat het hart levend was op het ogenblik dat het biopt werd genomen. Ik bevestig dat het hart levend was, omdat witte bloedcellen buiten een levend organisme afsterven (ze hebben dit organisme nodig om te leven). Hun aanwezigheid toont dus aan dat het hart levend was op het ogenblik dat het monster werd genomen. Nog markanter, deze witte bloedcellen zijn in het weefsel gedrongen, wat erop duidt dat het hart leed, bv. zoals van iemand die zwaar was geslagen in de borststreek”.

In dit geval kregen we opnieuw een ongewoon sterk teken: „een hart dat leeft en erg lijdt”.

Lanciano

Eén van de beroemdste eucharistische wonderen vond plaats in de 8e eeuw in Lanciano in Italië. Eén van de monniken ervoer tijdens het lezen van de H. Mis op dat ogenblik een geloofscrisis. Zoals de kronieken uit die periode het vertellen, veranderde de hostie voor zijn ogen en die van de verzamelde gelovigen na de consecratie in een mensenhart en de wijn in bloed.

De resultaten van de wetenschappelijke expertises, beëindigd op 4 maart 1971, bevestigden de overlevering van de traditie. Vanuit wetenschappelijk oogpunt bevindt zich in de wonderbaarlijke hostie een volledig menselijk hart. Alle elementen die het vormen zijn erin aanwezig. Studies hebben aangewezen dat het hart gerimpeld is, zonder sporen van insnijding en dat er zich binnenin de weefsels levende eiwitten bevinden. Op een voor de wetenschap onverklaarbare manier zijn er ook vijf klonters gestold bloed bewaard gebleven. Testen hebben aangetoond dat het echt menselijk bloed is van de AB-groep. Dezelfde bloedgroep hebben wetenschappers op de Lijkwade van Turijn geïdentificeerd.

Ik ben verborgen in de hostie

Door de eucharistische wonderen maakt de Heer Jezus ons duidelijk dat Hijzelf de grootste schat voor ieder van ons is, voortdurend bij ons aanwezig in het sacrament van de Eucharistie, in het mysterie van Zijn passie, dood en verrijzenis.

Door Zichzelf aan ons te geven in de H. Communie, vormt Christus ons om door de kracht van de H. Geest, opdat wij zouden deel krijgen in het leven en de liefde van de H. Drie-Eenheid. Daarom waarschuwt Hij ons: „Als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u […]. Wie Mij eet zal leven door Mij […]. Wie dit brood eet, zal eeuwig leven” (Joh. 6,53,57-58).

„Het is mogelijk Mij te leren kennen en aan te raken met een liefhebbend en vertrouwend hart – het hart van een kind”

Zo legde de Heer Jezus aan de mystica Alicja Lenczewska het mysterie van zijn waarachtige, maar verborgen aanwezigheid in de Eucharistie uit: „Ik verberg me om je niet te overweldigen door de grootsheid van Mijn gave. Ik verlang jullie geluk dat geen mens zich kan voorstellen en voorvoelen. De hele geschiedenis van de mensheid en de geschiedenis van ieder persoon afzonderlijk worden zo door Mij geleid dat jullie voorbereid worden op de vereniging met Mij in de eeuwigheid. Nu kunnen jullie Mij ontmoeten in het gebed, de meditatie over Mijn leven, het Woord, de tekenen die Ik u heb gegeven en voortdurend blijf geven. Het meest sprekende teken is Mijn aanwezigheid in de Eucharistie. Ik ben verborgen in de hostie en door haar te eten volgt er een ontmoeting van de ziel met Mij die leeft en waarachtig is, hoewel verborgen voor het verstand en de zintuigen.

Het is mogelijk Mij te leren kennen en aan te raken met een liefhebbend en vertrouwend hart – het hart van een kind. Hoe groter het geloof en de liefde, hoe sterker de verbondenheid met Mij en hoe dieper de kennismaking.

Hoed je om Mij lichtzinnig en onverschillig te ontvangen in de H. Communie. Dit is een grote zonde en de ontheiliging van Mijn Liefde en Mijn Gave, opgewekt in het bloed van Golgotha.

Mijn Kind, hoezeer moet ik mij verbergen om jouw ziel niet te verbranden met het vuur van Mijn Liefde en om jouw lichaam niet te doden met de kracht van Mijn Vaderlijke tederheid. Zozeer heb ik immers lief en verlang ik geliefd te zijn”.

In de Eucharistie is het hele mysterie van onze verlossing aanwezig: het lijden, de dood en de verrijzenis van Christus. De Heer Jezus zegt: „Alles wat je ook bezit en wie je ook bent, het is Mijn gave uit liefde. Totaal alles. En ondanks jullie opstand en ondankbaarheid bemin Ik jullie nog steeds, kijk Ik uit naar jullie terugkeer en bied Ik het niet aflatend Offer van Mezelf aan om jullie te redden. Dit Offer is eeuwig omdat het duurt en de hele tijd plaatsvindt. Het is een tijdloos Offer, buiten de tijd. In dit offer leven jullie. Het is jullie adem. Het redt jullie op ieder ogenblik van jullie leven”.