2015-1 Banner geloof hoofdpagina lijden

Hij heeft onze zonden gedragen – lijden, dood en verrijzenis van Jezus Christus

Veel mensen zijn er zich niet van bewust dat het centrale gegeven van het christelijk geloof de persoon is van de gekruisigde en verrezen Christus. Het christendom is niet essentieel, een ideologie, een cultuur, een serie gebruiken of een ethische houding, maar een persoonlijke relatie met de persoon van Jezus Christus. Als hulp voor het direct en persoonlijk contact maken met de Verlosser heeft de Goddelijke Voorzienigheid voor ons een schokkende beeltenis bewaard van Zijn lijden, dood en verrijzenis. Het is gedrukt op een lijkwade en kan gezien worden als toegevoegd Evangelie, niet geschreven in inkt, maar in bloed, vergoten voor onze verlossing.

Kunnen we onverschillig blijven voor deze speciale getuigenis van Christus’ lijden, dood en verrijzenis? De Lijkwade van Turijn omschrijft de omvang van het lijden, dat Onze Heer voor zichzelf heeft gekozen. En dit alles omwille van Zijn liefde voor ons, om ons te bevrijden van Satans regels van zonde en dood.

„Dit kostbare begrafeniskleed van Jezus – merkt de heilige Paus Johannes Paulus II op als hij op 24 mei 1998 Turijn bezoekt,- kan ons helpen om het mysterie van de liefde vsn Gods Zoon voor ons beter te begrijpen.” „Staande voor deze welsprekende en schokkende beeltenis van onbeschrijfelijk lijden, wens ik God te danken voor Zijn speciale geschenk, een geschenk dat geen Christen die verlangt Christus te volgen zou mogen overzien… De Lijkwade stelt ons in staat het mysterie van het lijden te ontdekken, gehuldigd door het offer van Jezus Christus, een lijden dat de bron is geworden van de zaligheid van de mensheid.

Hij onderging een afschuwelijk lijden

Wetenschappelijk onderzoek op de Lijkwade bevestigt dat het de beeltenis draagt van een volwassen man van bijna 1.80m lang, met lang haar, een baard en knappe semitische gelaatstrekken. De man had een afschuwelijke foltering ondergaan door geseling, de straf van een doornenkroon en kruisiging.

Ongeveer 600 wonden zijn gevonden op zijn lichaam. Alsnog draagt de beeltenis van het lichaam geen spoor van ontbinding.

De lijkwade van Turijn kan gezien worden als toegevoegd Evangelie, niet geschreven in inkt, maar in bloed, vergoten voor onze verlossing

Naast de overeenstemming van de berichtgeving met de evangeliën, bevatten deze gegevens een aantal belangrijke bijkomende details.

De Lijkwade laat ons boven alles expliciet en rechtstreeks de omvang zien van de vernietiging die Christus leed – „tot het einde” (Joh. 13:1) uit liefde voor ons.

Het gezicht van Jezus

Ondanks al dit fysieke en geestelijk lijden is de beeltenis van Jezus’ gezicht op de Lijkwade treffend in zijn onovertroffen schoonheid en bedaardheid.

Het laat zien dat het onmetelijke lijden aan het kruis alleen gedragen kon worden door iemand, die zich er van bewust was dat hij alleen door lijden en dood een volledige overwinning kon behalen op de dood.

Het gezicht op de Lijkwade getuigt van de folteringen die Jezus heeft doorstaan.

We kunnen een wond zien over de neus en rechterwang toegediend door een stok.

Bovendien zijn er schaafwonden gevonden op de oogleden en wenkbrauwen, een zwelling op het rechter jukbeen, sporen van bloeduitstortingen bij de neusgaten, kneuzingen en botverplaatsingen bij de punt van de neus, schedelletsel door haar dat met de wortel werd uitgetrokken.

Zoals we leren in de Evangeliën: „Ze sloegen hem met een rietstok op het hoofd, spuwden Hem in het gezicht, en knielden voor Hem neer om Hem te eren” (Mc. 15:19) en „ze gaven Hem klappen in het gezicht.” (Joh. 19:3)

De Lijkwade van Turijn omschrijft de omvang van het lijden, dat Onze Heer voor zichzelf heeft gekozen. En dit alles voor Zijn liefde voor ons, om ons te bevrijden van Satans regels van zonde en dood.

Doornenkroon

De soldaten „vlochten een krans van doorns, zetten die op zijn hoofd” (Joh. 19:3)

Deze foltering was enig in zijn soort voor Jezus. In geen andere historische bron vinden we deze soort foltering voor een kruisiging.

In het gebied rond de schedel, zien we talrijke bloedvlekken, die resulteren in een positieve fotografischachtige afdruk. Deze worden veroorzaakt door de doornen, die door de aders van het hoofd drukte. De kroon van doorns was gevormd als een hoofddeksel, dat was gewikkeld over het bovenste deel van het hoofd. Chirurgen hebben 13 doornwonden op het voorhoofd gevonden en 20 op het achterhoofd, maar het konden er alles te samen meer dan 50 zijn.

Ten gevolgen van het netwerk van aderen en zenuwen in het hoofd, heeft de doornenkroon enorme pijn en bloedingen veroorzaakt.

In geen andere historische bron vinden we deze soort foltering voor een kruisiging

„Als we overwegen – merkt L. Coppini, directeur van het anatomisch instituut van de universiteit van Bologna op – dat er meer dan 140 pijngevoelige gebieden per vierkante centimeter schedelweefsel zijn, kunnen we ons voorstellen hoe ondraaglijk Zijn pijn is geweest.”

Wetenschappelijk onderzoek heeft bevestigd dat de bloedsporen op de Lijkwade overeenkomen met het stelsel van aderen van het menselijk hoofd.

Hier is nog een bewijsstuk ten gunste van de Lijkwade, want het menselijk bloedsomloopstelsel werd pas beschreven in 1593.

Geseling

Jezus werd op wrede wijze gegeseld. Het lichaam van de Lijkwade laat overal sporen zien, veroorzaakt door een type van Romeinse zweep, flagrum genaamd. De wonden op de dijen betekenen dat Jezus naakt was toen Hij werd geslagen. Geseling was een vreselijke straf die vaak resulteerde in de dood.

De zweep bestond uit drie langwerpige riemen met metalen uiteinden.

Tijdens de zweepslagen trokken deze metalen uiteinden stukjes vlees mee uit het lichaam.

De riemen van de zweep slaan rond Zijn hele lichaam, de voorkant, de borst, de onderbuik, de schenen en de dijen

Men ontdekte Honderdtwintig wonden veroorzaakt door deze zweep. In de alledaagse praktijk was geseling alleen bedoeld voor diegenen die gespaard werden van de doodstraf. Na de straf werd men gewoonlijk vrijgelaten. Eigenlijk wilde Pilatus Jezus alleen maar laten geselen. Hij zei: „Ik zal Hem daarom laten geselen en dan vrijlaten.” ( Lc. 23:16 )

Dit verklaart ook de wreedheid van de zweepslagen aan Jezus toegediend. De soldaten begrepen dat dit de enige straf was voor Hem. Er waren twee soldaten. De soldaat aan de rechterkant was langer en wreder in de uitvoering van zijn taak. Jezus stond licht gebogen, met Zijn handen vastgebonden aan een paal. De riemen van de zweep slaan rond Zijn hele lichaam, de voorkant, de borst, de onderbuik, de schenen en de dijen.

Het dragen van het kruis

Door de schouderwonden die je kunt zien op de Lijkwade, zijn de wetenschappers het eens dat Jezus de horizontale balk, de Patibulum genaamd, heeft gedragen en dat Zijn handen daaraan waren vastgebonden. Men gelooft dat de patibulum ongeveer 1,8m lang was en bijna 30kg woog. Jezus was totaal uitgeput na de geseling en liep met de grootste moeite naar de plaats van de kruisiging. Hij moest een afstand van ongeveer 500 meter afleggen.

Hij viel meerdere keren op Zijn gezicht en sloeg met Zijn knieën hard op de stenen. Wetenschappers hebben diepe schaafwonden op de neus ontdekt (deeltjes grond en steen gemengd met bloed zijn gevonden op de stof) en op Zijn knieën, met name op de rechterknie.

Jezus was totaal uitgeput na de geseling en liep met de grootste moeite naar de plaats van de kruisiging

Omdat Jezus niet meer in staat was om zelf het kruis te dragen, dwong de Centurion Simon van Cyrene om het achter Hem te dragen. (Lc. 23:26)

Kruisiging

De dood aan het kruis was een van de wreedste en meest vernederende straffen die werden uitgevoerd in de tijd van Jezus. De Lijkwade laat duidelijk de wonden van de spijkers in de polsen zien.

We zien dat de voeten vastgenageld waren aan de verticale balk van het kruis, de linkervoet was over de rechter geplaatst. De handen waren aan de polsen aan het kruis genageld en niet aan de handen, omdat het gewicht van het lichaam te groot was om door de handpalmen te worden gedragen. Als de spijkers door de palmen waren geslagen dan waren deze uitgescheurd en was het lichaam losgekomen. De spijkers werden tussen de botten van de pols geplaatst, het „Punt van Destot”. Er zitten geen grote aders in dat gedeelte van het lichaam. Hoewel, zoals Dr. P. Barbet waarneemt, er is een zenuw, die niet alleen de bewegingen van de duim controleert, maar ook pijn signaleert. De pijn hier veroorzaakt door een spijker kan verschrikkelijk zijn, maar niet ondraaglijk anders zou diegene die moest lijden zijn bewustzijn verliezen.

De Lijkwade laat twee stroompjes bloed zien op de linker pols. Een analyse hiervan heeft wetenschappers de mogelijkheid gegeven om de positie van Jezus’ handen op de horizontale balk van het kruis te reconstrueren.

Dit opeenvolgend opheffen en laten zakken van Zijn lichaam, genageld aan handen en voeten, duurde ongeveer 3 uur en zou ook een onbeschrijfelijk leed hebben veroorzaakt

Terwijl Hij aan het kruis hing, met Zijn polsen boven het niveau van Zijn schouders, heeft Jezus een aantal keer geprobeerd om Zijn lichaam omhoog te trekken om te kunnen ademen. Tijdens die pogingen werd de verticale hoek van Zijn armen met tien graden vergroot

Wanneer Hij Zijn lichaam weer omlaag liet zakken kwamen Zijn armen weer in de „gewone” hoek van 55 graden.

Voor korte momenten veranderde Hij dus de positie van Zijn lichaam, en was dan zo in staat om te ademen. Daarna vergden de pijn en moeheid zoveel van Hem dat Hij genoodzaakt was Zijn lichaam weer te laten zakken.

Dit opeenvolgend opheffen en laten zakken van Zijn lichaam, genageld aan handen en voeten, duurde ongeveer 3 uur en zou ook een onbeschrijfelijk leed hebben veroorzaakt. Het proces werd steeds vaker herhaald, totdat Jezus uiteindelijk getroffen werd door totale uitputting en de dood.

De breuk van de hartspier

De wond op Jezus’ rechterzijde was iets meer dan 1 cm breed en bijna 1 cm lang. Door deze te analyseren samen met de sporen van een aanzienlijke bloeding en het verlies van vloeistof, die zich ophoopte in de borstholte, hebben wetenschappers de doodsoorzaak kunnen vaststellen, namelijk een breuk van de hartspier,

Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf Hij de Geest (Mt. 27:50)

met een hartstilstand tot gevolg.Dit zou geleid hebben tot een massale bloeduitstorting in het pericardium of hartzakje (ongeveer 2 kwart bloed) en vandaar in de longen, een hemopericordia veroorzakend.

Een geweldadige breuk in het pericardium, veroorzaakt door een hoge ophoping van bloed, zou geresulteerd hebben in een verlammende pijn in het borstbeengebied. Jezus uitte plotseling nog een schreeuw en stierf. „Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf Hij de Geest.” (Mt. 27:50)

Een geweldadige dood bij een volledig bewustzijn en extreme uitputting versnelt vaak de stijfheid van het lichaam. (Rigor Mortis) Dat is de reden waarom de beeltenis op de Lijkwade zo stijf voorkomt.

Het doorboorde hart van de Verlosser

Kort na Jezus’ dood scheidde het bloed in het pericardium zich in rode lichaampjes (ophopend in het lagere gedeelte van de borstholte) en bloedplasma (overgebleven in het bovenste gedeelte).

Toen Zijn hart werd doorboord door de lans van de Centurion, vloeiden beide vloeistoffen uit Zijn lichaam, eerst de rode bloedlichaampjes en vervolgens het bloedplasma; „bloed en water” zoals beschreven in het Evangelie volgens Johannes 19:13.

Het doorboorde hart van onze Redder staat symbool voor Gods immense liefde voor ons. Door echt mens te worden koos Jezus ervoor om „zichzelf van alles te ontdoen” en accepteerde de dood als mens tezamen met de last van onze zonden.

Door onschuld, geen zonde kennende, ondervond de God-Mens op het moment van zijn lijden en dood de volledige omvang van het lijden veroorzaakt door zonde.

„Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. (Jes. 53:4-5 )

In deze gehoorzaamde Jezus perfect aan zijn Vader en zodoende overwon Hij elke zonde en de dood.

Het doorboorde hart van onze Redder staat symbool voor Gods immense liefde voor ons

Zijn lijden bereikte een hoogtepunt in Zijn doodstrijd aan het kruis toen Hij uitriep: „Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten” (Mt. 27:46) Op dit punt bereikte de vernietigende kracht van zonde zijn limiet, overwonnen door onvermoeibare, kinderlijke liefde en gehoorzaamheid aan Zijn Vaders wil. De Lijkwade helpt ons het mysterie van het lijden te ontdekken, geheiligd door de opoffering van Jezus. Zoals paus Johannes Paulus II opmerkt in Turijn vertegenwoordigt deze opoffering de bron van zaligheid voor de gehele mensheid.

Dit kleed is tevens een afbeelding van Gods liefde en menselijke zonde. Het verplicht ons ook naar de diepste reden te kijken van Jezus’ verlossende dood. Deze getuigenis van onbeperkt lijden maakt niet alleen de liefde duidelijk van Hem die „de wereld zo lief had, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven” (Joh. 3:16), maar geeft ook de omvang weer.

Gevormd door deze overtreffende trap van lijden, kan de gelovige niet anders dan roepen: „Heer U heeft me niet méér liefde kunnen geven.” Ook kan hij niet verzuimen te realiseren dat zonde – de zonde van ons allemaal – de reden was van Zijn lijden.

De Lijkwade nodigt ons allen uit om het beeld van Gods liefde in ons hart te stempelen en de vreselijke realiteit van zonden uit te roeien. Het aanschouwen van Jezus’ gefolterde lichaam helpt de moderne mens zichzelf te bevrijden van oppervlakkigheid en egoïsme dat zo vaak de houding vormt jegens liefde en zonde.

In de stille boodschap van de Lijkwade, kunnen we een echo horen van Gods woorden en de eeuwenoude ervaring van Christelijkheid: Geloof in de liefde van God, de meest waardevolle schat, geofferd voor de mensheid; Pas op voor zonde, het grootste gevaar dat het menselijk leven bedreigt. (Turijn 24 mei, 1998)