2018-3 Getuigenis hoofdpagina

Volharding beloond

Lip 01, 2019 Getuigenis

Mijn man vertrouwde me toe dat hij het heel moeilijk had, dat hij wilde ophouden met drinken maar er de kracht niet voor had

Na de middelbare school begon ik te werken op het gemeentekantoor in een klein stadje. Ik woonde in een huurkamer bij een oude, eenzame weduwe. Ik droomde over het huwelijk en een gezin, maar ik deed er niets aan om dat te realiseren: ik was niet geïnteresseerd in een sociaal leven… Ik kende niet zoveel mensen en ik bracht veel tijd in mijn kamer door. Het liefst las ik boeken.

Ongeveer een jaar later kwam er een jonge man op de afdeling waar ik werkte. Hij maakte veel indruk op me. Hij was heel beleefd, opgeruimd en hij had een zachte, vriendelijke gelaatsuitdrukking. Zijn kwestie was snel geregeld, maar een paar dagen later verscheen hij weer op mijn werk. Hij was bedeesd en het was makkelijk te zien dat hij eigenlijk niets had om te komen regelen. Even later bekende hij dat hij graag een afspraakje met mij wou hebben. Hij vertelde dat hij Staszek heette en dat hij als leverancier werkte. Zo is het begonnen. En toen ging alles snel. Na een jaar trouwden we. De bruiloft vond plaats in mijn stad.

Vanaf het begin was ik gesteld op de moeder van Staszek. Een vrouw die afgemat was van het werken, maar net zoals haar zoon had ze het vriendelijke gezicht van een engel. De vader van mijn man, een landbouwer, vertoonde een lichte zwakheid voor het glaasje.

Vanaf het begin hadden we een vrij goed leven samen, we hadden een flat en elk een baan; met de hulp van mijn schoonouders bouwden met de tijd een klein huisje. Er kwamen kinderen. Mijn man reisde vaak door het land voor zaken. Na enkele jaren kwam het helaas steeds vaker voor dat hij in licht beschonken toestand naar huis terugkeerde. Hij verklaarde dat er in zijn beroep vaak weinig of niets gedaan kon worden voor de firma zonder die halve liter wodka. Het waren inderdaad zulke tijden dat men voor drank bijna alles kon krijgen. Ik maakte me in die tijd hier dan ook geen zorgen over, mijn man was nooit agressief, hij hield van de kinderen en we hadden het financieel goed. Op familiefeesten dronk hij samen met de andere mannen, maar hij dronk zich nooit buiten bewustzijn.

Helaas werd zijn dronkenschap steeds groter en frequenter… Soms was het zelfs zo dat hij met moeite de trap op kon – ik moest hem dan halen en de trap opduwen. Onze kinderen – twee dochters en een zoon – gingen toen al naar de basisschool. Vaak beklaagde ik me bij mijn schoonmoeder, maar ze stelde me gerust en raadde me aan om te bidden. Ze zei dat ik moest volharden en in deze situatie berusten omwille van de kinderen. Na een tijdje beseft ik dat mijn man reeds alcoholist was. Gelukkig verwaarloosde hij zijn werk niet. De directeur van zijn bedrijf was tevreden over hem, want Staszek kon alles voor elkaar krijgen wat het bedrijf nodig had. Hoewel mijn man een vreemde voor me werd, maakte ik hem geen verwijten. Het gebeurde soms weleens dat ik hem ’s ochtends bij het ontbijt vroeg om niet dronken naar huis te komen, omdat ik me schaamde voor de mensen. Hij beloofde dan dat hij nuchter zou terugkomen, maar hij hield zich niet aan zijn woord…

Het gebeurde soms weleens dat ik hem ’s ochtends bij het ontbijt vroeg om niet dronken naar huis te komen, omdat ik me schaamde voor de mensen. Hij beloofde dan dat hij nuchter zou terugkomen, maar hij hield zich niet aan zijn woord…

Gelukkig vond ik troost in de kinderen. Onze zoon Krzyś was toen misdienaar, zelfs tijdens de week; onze beide dochters volgden na de middelbare school nog voorgezet onderwijs en hadden het huis verlaten. Mijn oudste dochter zei me op een keer dat ik niet zo mag lijden, dat ik mijn man toch eruit kan gooien – „laat hem maar naar zijn moeder gaan” (mijn schoonvader was toen al overleden). Ik protesteerde toen heftig. Ik zei dat hij mijn man was en dat ik met hem trouw had gezworen tot het einde van het leven. Hiermee was dit onderwerp afgesloten.

Al die tijd vond ik steun bij mijn schoonmoeder (mijn ouders en familie woonden ver weg). Haar voorbeeld toonde me dat men kan volharden, dat God ons kracht geeft. Maar het was echter niet eenvoudig… Het is waarschijnlijk inderdaad de grote genade van God dat onze kinderen op het rechte pad bleven en dat ik in staat was om dat alles te verdragen.

Onze zoon volgde beroepsonderwijs. Hij vertelde nooit wat over zijn toekomstplannen. Ik dacht altijd dat hij na zijn schoolopleiding zou gaan werken. Ik wilde hem niet tegen zijn wil thuishouden. Na zijn laatste examen vertelde Krzyś mij dat hij naar het seminarie wil gaan. Toen ik hem dat hoorde zeggen, barstte ik in tranen uit. Niet van spijt, maar van de vreugde die ik toen voelde. Op zondag vertelden we dit aan mijn man. Mijn schoonmoeder was er ook. Net als ik begon ze te huilen bij dit nieuws en vertelde dat ze al sinds de doop van Krzyś God gesmeekt had om de genade van een roeping. We lieten allemaal onze tranen lopen, ook mijn man. Hij zei echter niets, protesteerde niet en was alleen heel verdrietig, een beetje alsof hij afwezig was.

In september vertrok Krzyś naar het seminarium. Ik bleef alleen achter met mijn man en daarom stelde ik hem voor dat zijn moeder bij ons zou komen wonen. Mijn man was me hier dankbaar voor, hij had dat zelf al overwogen, maar de moed niet gevonden om er met mij over te spreken.

Dit was een goede gelegenheid om over zijn drinken te spreken. Mijn man vertrouwde me toe dat hij het heel moeilijk had, dat hij wilde ophouden met drinken maar er de kracht niet voor had. Hij zou willen stoppen omwille van mij en zijn moeder, maar vooral omwille van Krzyś, om hem vooral niet in verlegenheid te brengen. We besloten samen dat we hulp zouden zoeken. Het begon met counseling, daarna een verblijf in een ontwenningskliniek. Daar leerde hij mensen van de AA kennen, begon naar de vergaderingen te gaan en aan het Twaalfstappenprogramma te werken.

Mijn schoonmoeder overleed toen onze zoon in het vijfde jaar van het seminarie was. Staszek drinkt niet meer. We hebben nu 43 huwelijksjaren achter de rug; onze dochters hebben allebei een gelukkig huwelijk, onze zoon dient al 7 jaar God en de mensen als priester. Dit is een prachtig geschenk van God.

Zofia