Banner Bez kategorii geloof Geschiedenis hoofdpagina

De Zalige Anna van Sint-Bartholomeus – Bevrijdster van Antwerpen

Cze 17, 2020 Redactie

Op 7 juni vieren we in het bisdom Antwerpen het feest van de Zalige Anna van Sint-Bartholomeus. Wie was deze Karmelietes en waarom wordt zij de bevrijdster van Antwerpen genoemd?

De intrede

Anna Garcia wordt geboren in het jaar 1549 te Almendral de la Cañada in Spanje. Haar ouders zijn heel godvruchtige mensen, die samen met hun kinderen dagelijks naar de H. Mis gaan en een diep medelijden met de armen hebben. Zij vreest de goede God te beledigen door een zonde, onthecht zich van het aardse en Jezus verschijnt aan haar wanneer zij de schapen hoedt. Zij wil ondanks de bezwaren van haar familie intreden bij de Karmelietessen, maar wordt ziek. Omdat ze plots geneest in een heiligdom van Sint-Bartholomeus en zo toch kan intreden, zal ze uit dankbaarheid als religieuze Anna van Sint-Bartholomeus heten.

 

Het kloosterleven

Na het postulaat en streng noviciaat volgt op 15 augustus 1572 de professie, het afleggen van de geloften van gehoorzaamheid, armoede en kuisheid. Zij ondertekent met een kruisje, want zij kan niet schrijven. In het klooster moest zij een tijdlang de vertrouwde visioenen missen. Dan vertoonde de Heer zich weer, maar als de Gekruisigde. Hij sprak over zijn dorst naar zielen en toonde haar alle

Anna was in het Sint-Jozefklooster te Avila een toonbeeld van zachtmoedigheid, bescheidenheid, werklust

deugden in hun schone volmaaktheid. Het werd haar duidelijk, dat ze voor die deugden en voor de zielen een en al ijver moest worden en dat het kruis de aangewezen weg was. De werkzuster legde zich veel boetedoeningen en verstervingen op om zo haar liefde tot de Heer te bevestigen.
Anna was in het Sint-Jozefklooster te Avila een toonbeeld van zachtmoedigheid, bescheidenheid, werklust. Haar toewijding kende geen grenzen en graag offerde zij slaap, eten, recreatie op om de dierbare zieken van dienst te zijn. Ook een melaats geworden medezuster kon op haar liefhebbende inzet rekenen. Zulke houding was uiteraard niet alleen de Heer maar ook haar overste welgevallig.

 

H. Theresia van Avila

De H. Theresia van Avila sticht veel nieuwe kloosters voor de Ongeschoeide Karmelietessen in Spanje. Bij een val van een trap in 1577 breekt zij haar linkerarm, die nooit meer volledig herstelt. Vanaf dan verzorgt Anna van St.-Bartholomeus haar. Zij houdt van haar, omdat zij merkt hoezeer het hart van Theresia verenigd blijft met Jezus. Theresia krijgt echter alsmaar meer te lijden onder de ziekte. In 1582 is de Madre in Alba de Tormes, haar lichaam is gebroken van uitputting en ze heeft niet lang meer te leven. Anna zegt: “Moeder, neem mij mee (naar de hemel).” Theresia zegt dan: “Ik moet u niet meenemen. Het is nodig dat gij leeft en doet wat ik nog te doen had.”

Anna vertrekt met vijf andere Karmelietessen en sticht een nieuwe Karmel in Pontoise, daarna is zij priorin in Parijs, en sticht een klooster in Tours

De H. Theresia van Avila sterft in de armen van Anna. Anna van St.-Bartholomeus wordt naar het klooster van Madrid gestuurd om een oplossing te zoeken voor moeilijkheden, zij helpt ook bij een nieuwe kloosterstichting in Spanje. Jezus bereidt haar voor om buiten Spanje te gaan: “Hij toonde mij Frankrijk alsof ik er aanwezig was en de miljoenen zielen die door de ketterijen verloren gingen. Dit duurde geen ogenblik. Wanneer het langer had geduurd, voelde ik dat mijn leven zou geëindigd zijn.”

Het aantal protestantse Hugenoten (aanhangers van het calvinisme, de Franse vorm van het protestantisme) neemt er in die tijd snel toe. Men doet beroep op de Karmelieten. Anna vertrekt met vijf andere Karmelietessen en sticht een nieuwe Karmel in Pontoise, daarna is zij priorin in Parijs, en sticht een klooster in Tours. Zij slaagt erin haar geestdrift voor de Theresiaanse Karmel door te geven en ze wint de harten door haar minzaamheid, ootmoed, geduld en gezond oordeel.

 

Antwerpen

Daarna gaat ze naar Antwerpen. De Heer moedigt haar aan na de Communie: “Wees moedig, ge zult zien dat deze stichting een laaiende toorts zal zijn, die licht zal geven aan heel dit land.” Zij zegt: “Daardoor schepte ik moed om mijn kruis te dragen.”
Op 6 november 1612 komt ze naar Antwerpen. Zij heeft van Theresia van Avila geleerd hoe ze te werk moet gaan bij kloosterstichtingen. ’s Avonds laat vertrekken ze met een huifkar en stoppen ze rond middernacht, wanneer ze nog ver voor Antwerpen zijn. Dan stappen de zusters uit en gaan te voet verder om geen geluid te maken. Terwijl het nog donker is, betrekken zij het huis van de studenten van de Lage Landen in de stad om de volgende ochtend al de H. Mis bij te wonen.

Hierover schrijft zij: “Ik ben ervan overtuigd dat onze Heilige zelf (H. Theresia van Avila) dit klooster bestuurt en dat zij er met bijzondere zorg over waakt, samen met O.L. Heer, zoals blijkt uit verschillende ervaringen die ik heb opgedaan. Toen we hier aankwamen, bezaten we niet meer dan 50 florijnen die men ons in leen gegeven had. De paters van de Sociëteit van Jezus gaven ons het nodige om bij ons de eerste Mis te lezen, want wij hadden hoegenaamd niets. Daarbij waren de magistraten ons niet genegen. Ze waren van plan ons de stad uit te sturen. Maar God heeft al die moeilijkheden uit de weg geruimd …”

 

De Rosier

Inderdaad, iets later gaan ze in de velden tussen de stad en de citadel in de Rosier (nu een straat in Antwerpen) hun nieuw klooster bouwen. De vrome aartshertogen Albrecht en Isabella helpen en komen de eerste steen leggen. Vanuit ‘deze laaiende toorts’, de Karmel van Antwerpen, stuurt Anna van St.-Bartholomeus haar dochters uit om stichtingen te doen in Doornik (1614), Mechelen (1616), Nancy (1618), Valenciennes (1618), Gent (1622), Douai (1625) en Brugge (1626).

Zij gaat met de zusters voor het H. Sacrament bidden en de aanvallers worden teruggeslagen. Haar geestelijke tussenkomst blijft niet geheim en zij krijgt de eretitel ‘Bevrijdster van Antwerpen’

Wanneer de strijd tussen het protestantse Noorden en de Spaanse troepen in het katholieke Zuiden weer oplaait, probeert prins Maurits van Nassau Antwerpen te veroveren. In 1622 komen de protestanten met schepen aan om de stad aan te vallen. Anna van St.-Bartholomeus wordt ’s nachts gewekt en ze hoort dat ze moet gaan bidden. Ze bidt tot ’s morgens met opgeheven armen. Die nacht stormt het zo hard op de Schelde dat de schepen van de overvallers in de Schelde allemaal vergaan.

Wanneer Maurits in 1624 nog eens met duizend ruiters en vierduizend musketiers aanvalt, maar dan op de citadel, wordt ze gewekt door geschreeuw en de noodklok.
Zij gaat met de zusters voor het H. Sacrament bidden en de aanvallers worden teruggeslagen. Haar geestelijke tussenkomst blijft niet geheim en zij krijgt de eretitel ‘Bevrijdster van Antwerpen’.

 

De dood van Anna

In 1624 wordt ze ziek. Ze sterft op zondag 7 juni 1626, op het feest van de H. Drievuldigheid. In 1917 wordt Anna van Sint-Bartholomeus zaligverklaard. In de kerk aan de Rosier ligt haar relikwie in een prachtig schrijn. Een van haar vingers is niet vergaan en wordt in een kleine reliekhouder bewaard. Men kan ook haar mantel laten opleggen.
Laten wij tot haar bidden dat zij de stad Antwerpen verder beschermt door haar machtige gebeden!

Auteur:  E. Br. René Maria

 

 

 

 

Bronvermelding:
1. Monstrans 2020 – FSSPX – Hemelstraat 23 – Antwerpen
2. P. De Bois, Anna van St.-Bartholomeus, Autobiografie Manuscript A (Carmelitana, 1989).
3. Als een laaiende toorts. Een boek over de zalige Anna en haar Karmelklooster te Antwerpen (Zusters Karmelietessen, 1976).
4. J. De Winter, Zalige Moeder Anna van Sint-Bartholomeüs en haar klooster in (Antwerpen, 2007).